Cannabisusers have more hair than brains.
Blijkbaar zijn er maar liefst 15.000 landgenoten die op kleine schaal canabisplanten kweken. Dat schrijven Tom Decorte en Pascal Tuteleers in hun boek “Cannabisteelt in Vlaanderen. Patronen en motieven van 748 telers”, verschenen bij uitgeverij Acco. Onder kleinschalig verstaan deze heren maximaal twintig planten per oogst. Deze oogst is meestal voor eigen gebruik, en voor de vrienden. Tot zover het aanbod.
Volgens dezelfde heren is de vraag naar cannabis in België te schatten op ongeveer 200.000 personen, die regelmatig cannabis gebruiken. Tot zover de vraag.
Altijd komt men opnieuw aan met het verhaaltje dat canabisgebruik niet schadelijk is voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Er wordt zelfs met medische studies gegoocheld. Deze zijn echter het papier niet waard, waarop ze worden afgedrukt.
Het regelmatig nuttigen van canabisproducten is weldegelijk schadelijk voor lichaam en geest. In zo grote mate zelf, dat de gevolgen op middellange en lange termijn catastrofaal zijn. Het aantal psychische patiënten dat hierdoor wordt veroorzaakt is niet te onderschatten. Maar ook de lichamelijke gevolgen zijn navenant. Lichaam en geest takelen af. Gezinsleden, familie en vrienden mogen de stukken oprapen. Dit kan je lezen in wetenschappelijke en medische publicaties die zichzelf ernstig nemen, en horen bij huisartsen en specialisten, die de rommel mogen opruimen als de problemen zich voordoen.
Nu pleit de linkse kerk in België voor liberalisering. Alles moet kunnen (behalve dan uw mening over de multiculturele samenleving zeggen), dus cannabisgebruik en -teelt hoort daar ook bij. Ik vind echter niet dat de wetgeving moet geliberaliseerd worden, integendeel. Als kritiek hierop krijg je dan altijd te horen dat een dergelijk verbod niet afdwingbaar is. Je kan toch onmogelijk tienduizenden politie-agenten inschakelen om iedereen constant in de gaten te houden of er geen jointje gerookt wordt. Dat is waar.
Maar daarom is het afdwingen nog niet hopeloos. Er zijn andere methodes, die veel efficiënter zijn. Eerst aan de vraagzijde. Wordt iemand een eerste keer betrapt bij het gebruik van cannabis, of bij controle van het bloed, dan geef je die persoon een fikse boete, in de groote van een maandloon of iets dergelijks.
Wordt die tweemaal gepakt, dan moet de persoon in kwestie verwijderd worden uit zijn sociale omgeving en een verplichte ‘gezondheidskuur’ van drie maanden volgen. Die gezondheidskuur moet erin bestaan om in een gecontroleerde en sobere omgeving, ontdaan van alle luxe en comfort, lichaam en geest te deïntoxiceren en op gezonde wijze te heropvoeden. En te gelijkertijd moet de nodige discipline worden aangekweekt. Denk je eens in hoeveel duizenden jongeren op deze manier genezen worden van hun apestreken, en terug met de voeten op de grond komen te staan. Hun leven, dat anders zou uitmonden in een anarchistisch straatje zonder einde krijgt terug uitzicht op een mooie en stabiele toekomst.
Wordt een persoon een derde keer gepakt, dan moet je besluiten dat hij onherroepelijk verloren is voor de samenleving. Met dien gevolge dat hij dan ook uitgesloten wordt van het systeem van sociale zekerheid. Wordt hij of zij later zwaar ziek, dan kiezen ze ervoor, en moet het systeem er niet voor opdraaien. Want de kans dat de persoon in kwestie zwaar gaat kosten is zo goed als absoluut.
Dergelijke methoden lijken op het eerste zicht hart, maar moeten een efficiënt afschrikkingseffect hebben. Gemeenschapsdienst en gratis verlof op kosten van de belastingbetaler zijn geen afschrikking. Veel geld moeten uitgeven aan hoge boetes is wel afschrikkend voor bijna alle cannabisgebruikers. Want die besteden hun betrekkelijk lage inkomen liever aan andere zaken, waar ze meer genot van hebben. Heropvoeden is zeer afschrikwekkend voor cannabisgebruikers, want hun vrije tijd is hun hoogste goed. En de uitsluiting van de sociale zekerheid is een reflex van zelfbescherming voor hopeloze gevallen, die bijkomstig ook nog een afschrikkingseffect heeft. Net zoals de doodstraf dat heeft in extreme gevallen.
Wat de aanbodzijde van het cannabisprobleem betreft moet er een verschil gemaakt worden tussen de kleine producent en de grote producent. Deze laatste moet als ernstige crimineel worden behandeld. Niet dat die mensen allemaal moeten opgesloten worden, want dat zal geen effect hebben. Maar een of andere vorm van dwangarbeid zonder incarceratie zal in ieder geval het heerschap in kwestie een vermoeiende bezigheid geven, die de kans op avondlijk bijklussen zal hypotikeren. Ook het bezit van een gemotoriseerd voertuig, telefoon of internetconnectie moet deze heren ontzegd worden. Deze vorm van maatschappelijke isolatie zal hen misschien tot andere gedachten brengen.
Wat de kleine producent betreft, moet die worden ontraden om nog langer te produceren. Dat kan misschien het makkelijkst gebeuren door bij hem een pavloviaanse gedragscorrectie aan te brengen. Dat vraagt niet veel geld of inzet, maar is bijzonder efficiënt. Het publiceren van zijn identiteit in de media, het tijdelijk aanbrengen van een opzichtelijke cannabisafbeelding bij elke vorm van communicatie met derden kan uiterst afschrikwekkend zijn. De sociale druk van de omgeving is een bijzonder efficiënt middel om het gedrag te wijzigen.
En in elk geval moeten consumenten en producenten van cannabis uitgesloten worden van deelname aan verkiezingen voor een periode van 10 jaar, dat als afschrikking kan tellen en als ongewild neveneffect zal hebben dat de politieke spreekbuizen van deze canabiscriminelen electoraal hinder zullen wegsmelten, en zodoende minder hun perverse invloed op de samenleving zullen kunnen doen gelden.
Is dit geen ingrijpende inbreuk op het ‘privé-leven’ van een persoon, kan je je afvragen. Naja, niet echt. Voor een korte tijd kan de inbreuk misschien relatief ingrijpend lijken, maar gezien op langere termijn blijkt het een korte pijn te zijn. Met een groot voordeel tot gevolg. De maatschappij krijgt er een herboren lid bij, die op positieve wijze bijdraagt aan zichzelf en de samenleving, in plaats van een bodemloze sociale, economische, culturele, menselijke, financiële, maatschappelijke en medische vergeetput te worden. Dergelijke ‘rechten’ zijn trouwens relatief, en het tegenmiddel staat, gezien de enorme positieve gevolgen, meer dan in verhouding tot de tijdelijke persoonlijke hinder die iemand zal ervaren.
Ik vrees echter dat er weinig moedigen zullen te vinden zijn om een dergelijk systeem in te voeren in ons land.

Loading...